Welkom in twee

Gaat u naar Duitsland verhuizen of een ander Europees land? Dan is de kans groot dat u daar ook gaat werken. Daarom is het goed om te weten dat de oude en de nieuwe lidstaten van de EU een overgangsregeling zijn overeengekomen voor het vrije verkeer van werknemers.

Werkvergunning nieuwe lidstaten

Die houdt in dat het huidige systeem, waarbij inwoners van de nieuwe lidstaten een werkvergunning nodig hebben om in een ‘oude’ lidstaat te kunnen werken, desgewenst nog een tijd kan gehandhaafd worden in de ‘oude’ lidstaten. Dit geldt echter niet voor Cyprus en Malta. Hun inwoners zullen al vanaf de toetreding tot de EU zonder werkvergunning aan de slag kunnen in alle ‘oude’ lidstaten. Inwoners van Estland, Hongarije, Letland, Litouwen, Polen, Slovenië en Tsjechië kunnen daarentegen – voorzover ze de nationaliteit niet hebben van één van de ‘oude’ lidstaten – met beperkende maatregelen geconfronteerd worden als ze loonarbeid willen verrichten in een ‘oude’ lidstaat. Opgemerkt moet worden dat als oude’ lidstaat’ A beperkende maatregelen handhaaft ten opzichte van de inwoners van nieuwe lidstaat B, deze laatste op zijn beurt hetzelfde kan doen ten opzichte van de inwoners van lidstaat A.

Nieuwe vergunningensysteem EU

Het is de bedoeling de lidstaten de kans te geven, over een periode van maximaal 7 jaar, op een geleidelijke manier over te stappen van het huidige, nationaal gestuurde vergunningensysteem naar de EU regeling met en volledige open arbeidsmarkt. De lidstaten die van de overgangsregeling gebruik wensen te maken, hebben er zich wel toe gebonden ernaar te zullen streven het toegangsbeleid tot hun arbeidsmarkt uit te breiden. Bovendien mogen zij bestaande rechten niet afnemen. Ook komt er een overgangsregeling, die inhoudt dat personen uit één van de nieuwe lidstaten, bij een vacature voor buitenlanders, voorrang krijgen boven personen uit niet- lidstaten.

Overgangsregeling per 3 fasen

De overgangsregeling zelf verloopt in 3 fasen, gespreid over 7 jaar. Per fase is er minder nationale beleidsruimte en een grotere verantwoordingsplicht voor de lidstaten die het nationale vergunningenbeleid willen continueren. Een korte blik op de 3 fasen leert ons het volgende:

2004-2006: gedurende de eerste 2 jaar na de toetreding passen de ‘oude’ lidstaten voor de toelating van werknemers uit de nieuwe lidstaten de nationale regelgeving toe in plaats van de EU-regelgeving inzake vrij verkeer. Elke ‘oude’ lidstaat kan er echter wel op vrijwillige basis voor kiezen om de EU-regelgeving al toe te passen vanaf de toetreding.

2006-2009: Op het eind van de eerste fase wordt de overgangsregeling door de Europese Commissie geëvalueerd. Elke lidstaat die van de overgangsregeling gebruik maakte, moet dan ook mededelen of hij de overgangsperiode met maximaal nog eens 3 jaar wil verlengen. Is dit niet het geval, dan zijn er in die lidstaat geen tewerkstellingsvergunningen meer nodig. De verordening “Vrije verkeer van werknemers” is dan van toepassing. Is dat wel het geval, dan zullen de lidstaten enkel verdere vrijwaringsmaatregelen kunnen nemen voor bepaalde regio’s of beroepen of bij onverwachte problemen op de arbeidsmarkt.
2009-2011: Na deze tweede fase van 3 jaar zal de lidstaten die dat nog niet gedaan hebben opnieuw worden verzocht hun arbeidsmarkt volledig open te stellen. Alleen wanneer zij ernstige of dreigende storing van de arbeidsmarkt kunnen aantonen, zullen zij voor nog eens 2 jaar het systeem van werkvergunningen mogen handhaven.

2011: Vanaf 2011 mag geen enkele lidstaat nog werkvergunningen verlangen en is de EU-regelgeving zonder enige restrictie van kracht op het grondgebied van de uitgebreide Europese Unie. Sommige lidstaten zoals Zweden, Ierland en het Verenigd Koninkrijk hebben aangegeven dat zij geen beroep zullen doen op de overgangsregeling en dus onmiddellijk – vanaf de eerste dag van toetreding- hun arbeidsmarkt volledig openstellen voor de onderdanen van de nieuwe lidstaten.

Overgangstermijn van 2 jaar

België, Finland, Frankrijk, Nederland, Griekenland en Spanje hebben laten weten dat zij wel een beroep zullen doen op de overgangstermijn van 2 jaar. Daar zal dus, tussen 2004 en 2006, het nationale beleid van tewerkstellingsvergunningen verder blijven gelden. Sommige lidstaten hanteren quota (max. aantallen) of geven de voorkeur aan bepaalde categorieën of beroepsgroepen uit bepaalde lidstaten.

Andere overgangstermijn

Denemarken, Duitsland en Oostenrijk zullen een restrictiever toelatingsbeleid voeren. Zij hebben te kennen gegeven dat ze afhankelijk van de arbeidsmarktsituatie, de overgangsperiode van 7 jaar geheel of gedeeltelijk zullen benutten. De overgangsregeling geldt alleen voor het vrije verkeer van werknemers. Vrij verkeer van diensten – dus ook detachering – kan wel vanaf de eerste dag van toetreding, evenals het vrij verkeer van zelfstandigen, studenten gepensioneerden, toeristen etc. aan restricties onderhevig zijn.

Alleen voor Oostenrijk en Duitsland geldt een specifieke vrijwaringsclausule op grond waarvan zij ook detachering vanuit de nieuwe lidstaten aann banden kunnen leggen. Deze mogelijkhed geldt echter alleen voor een beperkt aantal dienstterreinen, zoals de bouw en de industriële reiniging en mag alleen worden gebruikt als zich in de desbetreffende sectoren ernstige verstoringen voordoen.

Voor 1 mei 2004

Wie al voor 1 mei 2004 werkt in één van de ‘oude’ lidstaten en een tewerkstellingsvergunning van minimaal 12 maanden heeft, mag zonder meer in die lidstaat blijven werken. Zijn gezinsleden, die op de datum van toetreding ook legaal toegang hadden tot de arbeidsmarkt van een lidstaat, behouden die eveneens. Vindt de gezinshereniging echter plaats na de datum van toetreding, dan hebben de gezinsleden toegang tot de arbeidsmarkt van die lidstaat zodra zij er 18 maanden wonen of vanaf het 3de jaar na toetreding, afhankelijk van wat zich het eerste voordoet.


Kortom, wie gebruik wil maken van zijn of haar recht om gedurende de overgangsperiode in een andere lidstaat te gaan wonen en werken, moet zich informeren ter zake de precieze situatie in het land waar zij of hij komt te werken. De overgangsperiode is ingesteld om massale migratie op een schaal die de arbeidsmarkt verstoort te voorkomen. Het is dus
niet de bedoeling alle verkeer onmogelijk te maken.